Geval apart?

Vorige week werd ik via twitter op een blog gewezen waarin een kledingprobleem besproken werd. Het vinden van modieuze kleding voor vrouwen die niet voldoen aan een maatje 36 of 38 is op zijn tijd knap frustrerend. Zeker wanneer je door een beeldschone verkoopster gewogen en ‘te zwaar’ wordt gevonden. Je zou gelijk de deur uitgaan….. Door de schrijfster wordt een oproep gedaan om modieuze kleding te brengen juist vanaf de maat 42 – immers, de gemiddelde Nederlandse vrouw draagt gewoon deze maat. Met dank aan de welvaart en de kwaliteit van het eten is de Nederlander de laatste decennia gegroeid.

Al jaren wordt in de confectieindustrie bij de ontwikkeling van collecties uitgegaan van maat 38; bij sommigen collecties zelfs nog kleiner. Na het maken en goedkeuren van de monsters wordt de kleding opgeschaald. Dat is het vergroten volgens bepaalde berekeningen die zijn gekoppeld aan de maatvoering. Ik heb het vermoeden dat in dit proces het nodige kan worden verbeterd. Allereerst de vooruitziende blik en het gevoel voor esthetiek van de ontwerpster. Belangrijk hierin is de vraag “Ziet dit kledingstuk er ook fantastisch uit in een maat 44?” Het verfijnde jasje in maat 36 met een leuke smalle kraag en kleine zakklepjes kan er vreemd uitzien in een andere maat. Die grotere maat vraagt om een bredere kraag zodat de verhouding klopt. De zakkleppen kunnen te klein zijn voor het grotere vlak. Steekzakken in een damespantalon kunnen in die grotere maat open staan en misschien is die modieuze bandplooi, het lage kruis of die voetwijdte van 36cm toch niet zo geschikt. Een ander voorbeeld is het inspelen op boordhoogtes en wijdtes van halsopeningen in jasjes en blouses. Zomaar een paar voorbeelden om het kritisch oog verder te ontwikkelen.

Natuurlijk gaat het bij de stofkeuze om de valling van de materialen. Een iets zwaardere kwaliteit stof maakt een pantalon net wat steviger en beter afkledend. Net als in voiles en tweeds zijn verschillende kwaliteiten te vinden die voor diverse maten geschikt zijn. Bepaalde tricots kunnen mooi werk doen al moet het ook niet weer te grof zijn – dat kan een ‘maatjegroter’-effect geven. Een goede huidvriendelijke voering zorgt er ook voor dat kleding beter valt.

In het opschalen denk ik dat er anders gekeken kan worden en de vraag te stellen wat er met het lichaam gebeurt wanneer de kilo’s toenemen, met name als het gaat om de botstructuur en de spieren. Een onderzoek of die schouderpartij wel zo berekend moet worden of als het gaat om de omvang van de mouwen. Deze zouden respectievelijk smaller en groter kunnen. Bij pantalons is de kruisdiepte en de ronding van voor naar achteren bepalend – ik zie te vaak broeken die daarin te kort schieten of veel ruimte overhouden. Daarom pleit ik er voor dat de ontwerpster in kwestie een goed kritisch oog heeft en gedegen kennis heeft van diverse lichaamsvormen van de doelgroep waarvoor ze ontwerpt zodat daar rekening mee gehouden kan worden.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.