Showstuk

Als de dag van gisteren weet ik het nog; de eerste serie showstukken voor een Wereldcongres die tijdens een jaarlijkse BvK-dag gepresenteerd werden. Een show van diverse mooi gemaakte kledingstukken die stuk voor stuk het wauw-effect hadden. Diep onder de indruk ging ik na die dag terug naar huis. Als ik nou ook zoiets eens zou kunnen maken…..

Dat was in 1999, ik was net lid geworden van de Branchevereniging van Kleermakers en Modevakscholen; dankzij een uitnodiging van een collega op mijn werk om een keer een districtsavond  bij te wonen.  Prompt werd ik overgehaald door een voortvarend bestuurslid in die regio om me aan te sluiten. Het begin van veel veranderingen en niet alleen op mijn vakgebied.

Zo’n selectie van showstukken, het meedoen aan vakwedstrijden, meer kennis; het begon steeds meer te kriebelen. Duidelijk een reactie op de onvrede die ik al voelde in mijn werk in de maatconfectie. Die kant wilde ik ook op. Hoe doe je dat? Dat was de vraag voor mij en wellicht herkenbaar voor anderen. Al had ik al wel mijn coupeursdiploma op zak, toch zie ik naderhand dat het net is als met je rijbewijs. Het gaat om ervaring, heel veel doen en groei in je vak. Dat leer je niet tijdens de opleiding.

Allereerst heb ik het geluk gehad in mijn werk veel te mogen zien; niet alleen bij die eerste werkgever die me een aardige basis bood, ook later bij andere bedrijven die weer een andere benadering hadden van coupe, patronen, verwerkingstechnieken en pasvorm. Het inwerken van collega’s vond ik een leuke bijkomstigheid van mijn werk. Verder heeft het er voor gezorgd dat ik steeds verder buiten het geleerde ‘systeem’ ben gaan werken. Ik ben nog steeds dankbaar dat mijn inzicht op die manier is gegroeid. Ten tweede heb ik binnen de BvK achter de schermen als showcommissielid ook veel meegekregen. Het in mijn handen krijgen van kledingstukken en verschillen te zien over wat wel of niet mooi is (gemaakt) heeft me over de streep getrokken – “dat moet ik toch ook kunnen”.

Het meedoen met de vergelijkende model vanuit het district is al een test om te kijken wat je kan doen met materialen en dit te vergelijken met anderen. Het durven tonen van je werk is dan een mooi begin om het daarna eens echt voor een jury te doen. De blik ontwikkelen op het gebied van maakwijze en pasvorm is vooral veel doen en zorgen dat het superstrak is gemaakt. Maar het passend maken op de  drager is toch echt een vak apart. Zien wat iemand staat en wat qua uiterlijk versterkt is in dat jurymoment cruciaal. Wellicht dat een kleur/vorm/imagotraining daarin iets kan betekenen. Er zijn diverse instituten – ook kwalitatief erg verschillend – die je daarin kunnen helpen. Een kritische collega die je vertrouwt kan je natuurlijk ook op het juiste spoor zetten zowel op het gebied van maken als de drager versterken.

Het proces van vakwedstrijden en de erkenning is er één van jaren, diverse keren meedoen en veel oefenen. Maar ook de tegenvaller zien dat het toch niet zo goed wordt beoordeeld als verwacht. Dat is volgens mij een reden dat de animo om mee te doen is teruggelopen. Iets waar al weer over nagedacht wordt binnen de vereniging. Het is goed dat er een nieuw initiatief is dat begeleiding door middel van coaching nu ook meer is toegestaan, wat natuurlijk niet betekent dat de coach de kleding maakt. Het kan de maker goed helpen in het proces mits dit tijdens de presentatie is vermeld. Een activiteit waarvoor ik en drie collega’s kennis en tijd beschikbaar hebben gesteld – mijn vak in alle facetten doorgeven is ook leuk om te doen en prikkelend voor mezelf. Ook ik moet scherp blijven.

Maar als het om een echt showstuk gaat is het zinvol om voorzichtig te beginnen qua budget voor de stofaanschaf; zeker als je voor de eerste keer begint. Effect hoeft niet heel erg kostbaar te zijn maar zorg wel voor de goede uitstraling in materiaal. Denk ook aan het licht wat er op kan schijnen, werkt dat goed of niet? Subtiele dessins en kleuren kunnen in het podiumlicht soms erg tegenvallen. Details zijn op afstand beter zichtbaar als het wat groter is, dus schroom niet om ook daarmee te experimenteren. Kijk dus regelmatig met grotere afstand zodat je kan zien of het beeld je nog steeds bevalt. Qua uitwerking is het raadzaam om niet teveel in één outfit te stoppen. Te vaak heb ik gezien dat kleermakers geneigd zijn om hun kunnen te laten zien door zoveel mogelijk details in hun kleding te verwerken. Onderzoek dus ook de kunst van het weglaten. Maar wees vooral niet bang voor een stuk dramatiek en denk ook aan degene die het zal dragen. Als deze namelijk al tijdens het passen geïnspireerd raakt dan werkt het al een beetje meer. Voor je eigen inspiratie is het misschien raadzaam een aantal glossy’s te kopen waar ook wat foto’s van diverse coutureshows instaan, een goed hulpmiddel om in die richting te denken. Durf ook hulp te vragen wanneer je bezig bent met een dergelijke outfit; een extra stimulans van een collega die kennis van zaken heeft zorgt dat het er nog mooier uitziet. Later in je atelier staat het op een etalagepop erg leuk als aankleding.

Natuurlijk: start op tijd. Er kan nog wel eens iets tegenvallen. Plan meerdere pasmomenten en neem desnoods de digitale camera mee. Zie het als een investering in jezelf en verwacht niet gelijk dat je stuk geselecteerd wordt; een ruitpak van mij werd in het verleden ook niet begrepen – en achteraf gezien had de jury gelijk; dat moet ik toegeven. En mocht het zo zijn dat het lukt; ga dan gezellig mee naar zo’n Internationaal Congres. Het eerste moment in de zaal als je stuk opkomt is onvergetelijk en je geniet er echt van! Het maakt je vak zoveel leuker.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.