Indrukwekkende schouders

Om mijn inspiratie op te doen en te kijken wat er speelt in de mannenmode kijk ik ook regelmatig wat er te vinden is in de winkels. Zouden de confectionairs mijn voorliefde voor mooie materialen delen, hoe zit het met het kleurgebruik maar ook hoe details zijn uitgewerkt.

Zo struinde ik in een van mijn rustige momenten in een winkelstraat en trof daar een mooie winkel die bezig is met het neerzetten van een nieuw concept voor een doelgroep waar ik nog net binnen val. Qua naam al jaren een traditie in Nederland, maar in deze tijd is dat niet verkeerd. Voor de etalage werd ik al positief gestemd. Blij werd ik van een pak in een subtiele streep, een jasje in een tweed met camouflageprint in grijstinten. Een broek waarin heel subtiel wat rood doorheen zat. Ruitcolberts met goede kleuraccenten erin wat meer combinatiemogelijkheden biedt. Al met al wel een beeld wat me aanspreekt.

Opgetogen ging ik naar binnen om het verder te onderzoeken. De stoffen voelen goed, mooi soepel en sommigen met een goede uitstraling wanneer in je in een zakelijke setting je kwaliteit nog eens extra kan benadrukken. Qua maakwijze wel erg soepel verwerkt en misschien daardoor ook nog wat kwetsbaar. Een jasje wat op de hanger er goed uit ziet maar qua schouderpartij wel erg leunt op de omvang van de hanger. Steeds vaker is dat een kenmerk in de herenconfectie. Jasjes die qua binnenwerk zijn ‘uitgekleed’. De borstpartij die niet meer zo stevig is, schoudervullingen die eruit zijn gegaan maar ook mouwkoppen met rimpelingen. De zogenoemde Italiaanse verwerking in superdunne stoffen.

Het Armani-effect

Jaren geleden was ik samen met mijn partner in Londen om te genieten van de dynamiek van die stad, de winkels en een paar mode-exposities. Één van de exposities die ik toen heb gezien en wat me is bijgebleven is een retrospectief van Giorgio Armani, één van de grondleggers die bepalend is geweest om de Italiaanse mode op de kaart te zetten. Hij is een pionier geweest in het onderzoek om het herenpak weer zo soepel mogelijk en dun te maken wat later door veel confectionairs is opgepakt. Een mooie tegenreactie op de ‘bordkartonnen pakken’ uit de jaren 60 en 70. Deze expositie kenmerkte zich door de opstellingen in verschillende kleurgroepen, materialen en gelegenheden met diverse tijdsperiodes door elkaar heen. Bijzonder is te zien dat wanneer binnenwerk wordt verwijderd het ook consequenties heeft voor de pasvorm en houdbaarheid van een jasje. Zo waren er verschillende exemplaren te zien die net wat te ruim vielen op een paspop. Doordat deze al een maand op de pop hadden gestaan zag je dat de wol wat was uitgezakt; een schouderpartij van de pop die op een verkeerde plek erdoorheen komt. Iets wat nog erger eruit zag in de linnen exemplaren; hoe luxe deze ook waren. Grijs/Beige linnen wat losjes en rommelig hing zag eruit als een dweil doordat er geen stevige basis onder zat.

In een tijd waarin alles maakbaar is in de sportschool of door de scalpel is het ideaalbeeld van de mannen ook meer atletisch en hoekig. Mooie rechte brede schouders, een iets ontwikkelde borstkas en een smalle taille en heupen. Die schouders zijn een teken van kracht; iets wat in de jaren 80 flink werd opgeblazen door extra vullingen en wat naderhand (gelukkig) steeds meer is verdwenen. De stand van een schouderpartij zit in de botstructuur en het skelet; de hoeveelheid spierweefsel doet daar niets aan af. De factoren die bepalend zijn is de omvang van de borstkas, de plaatsing van het schouderkogelgewricht – bij atletische mannen ligt deze meer naar buiten – en hoe recht de schouders zijn. De plaatsing van de schouderpartij is niet te veranderen; de hoeveelheid natuurlijke vulling is wel variabel en heeft met de hoeveelheid uren sport of fitness te maken. Hoe schuiner een schouder is, hoe zachter en losser dat overkomt. In combinatie met een wat meer ontwikkelde borstkas wordt zo’n man nogal rond. Deze lichaamsbouw is niet afhankelijk van kilo’s teveel of te weinig – na afvallen zal zo’n persoon altijd ‘rond’ blijven.

Maar hoe werkt dat dan bij jasjes?

Een goede schouderpartij is een teken van kracht en macht. Hoe losser we tegenwoordig in ons gedrag worden, toch blijft dat de associatie. In een trui doe je niet zo makkelijk zaken als je iets voor elkaar wilt hebben. Daarom is een jasje met een goede schouder een extra ondersteuning voor jezelf wanneer je zakelijk op pad gaat. Bij slanke en superatletische mannen kan een ‘uitgekleed’ jasje al voldoende doen op die smalle Italiaanse broek. Maar als je wat ronder bent door de smalle afhangende schouder en een meer ontwikkelde borstkas is het zinvol om je krachtigheid in stevigheid qua materiaal neer te zetten. Een extra laag binnenwerk op de borst, een beschaafde vulling en een mooie strakke krachtige mouwkop in een jasje geeft meer hoekigheid en zal de persoonlijke stevigheid als mens meer ondersteunen.

In de betreffende winkel werd ik vriendelijk aangesproken en heb ik een leuk gesprek gehad met de verkoper. Ik heb hem gecomplimenteerd door de aanlokkelijkheid van deze collectie. Maar omdat ik zelf ook ‘gezegend’ ben met rondingen heb ik niet de moeite genomen om iets te passen. Wat ik me wel zit af te vragen of het ontwerpteam wel goed heeft nagedacht over de lichaamsvormen die in deze doelgroep passen. Is die keuze wel reëel geweest? Misschien heeft het team zich tijdens de passessies laten leiden door het mooie smalle beeld op de pasmaat 50 die wel atletisch is gebouwd. Moet je daarom als man per definitie atletisch zijn en een indrukwekkend fysiek hebben om mooie en modieuze kleding te kopen?

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.