Andermans veren?

Vorige week kwam een zakenrelatie bij mij op bezoek. Een vrouw die volop bezig is haar bedrijf groter te maken, te groeien en ze doet het in deze tijd goed. Gekleed in een pak wat haar professionaliteit ondersteunde en ook haar uurloon symboliseerde liet ze vol trots haar nieuwe tas zien. Een mooie kwaliteit leer, goed uitgevoerd met fijne details en handigheden, zoals een goed gebruiksvoorwerp hoort te zijn. Groots prijkte de naam van het luxehuis aan de buitenkant als logo in goudbeslag, en kleiner op andere onderdelen. “Ja, het is een echte!”

Dat deed me denken aan de tijd in mijn jeugd, de polo’s met een krokodil of andere uitingen werden erg veel gedragen, de truien werden over de schouder geknoopt zodat het logo zichtbaar bleef. Men hoorde erbij of niet, dat was wel duidelijk als bepaalde kleding of die attachékoffer al gedragen werden. Sindsdien is de ‘logomania’ nooit echt uit de mode geweest al is het formaat wel verschillend en afhankelijk van de conjunctuur. Opvallend is dat op een eenvoudig T-shirt voor jongeren de logo-uiting groter is dan bij een meer klassiek overhemd. Een bekend verschijnsel in die tijd was dat logo’s van oude kleding werd gehaald en op een nieuwere goedkopere versie van hetzelfde kledingstuk werden genaaid. Onlangs zag ik het bij een leverancier waar ik knopen inkocht. Een andere klant met een dergelijke tas kocht de zwarte Chanelknopen in de grootste maat met de opmerking “Mooi om op een goedkoop jasje te naaien”. Als ze bij het dragen van een dergelijk jasje iets meer zorg zal besteden aan haar make-up en vooraf een goede kapper bezoekt wordt het plaatje meer kloppend.

Onlangs sprak ik een communicatie deskundige die een extreem kritisch oog heeft over presentatie, hoe je overkomt en wat zonder woorden met je uiterlijk wordt gezegd. Hij had hierover geen kinderachtige mening. Als het gaat om merken ziet hij duidelijk dat op de zakelijke werkvloer veel mannen kiezen voor een goed pak. De verfijning en kwaliteit zitten in de materialen, de stof, de pasvorm die het lijf het meest voordelig omkleedt. De uitschieters zitten in de accessoires, manchetknopen, schoenen en het horloge. Daar is het nodige aan te zien al zal dat in verhouding wel klein zijn, er is immers geen plaats voor grote logo’s. Hij ziet ook mooie mogelijkheden voor vrouwelijke gesprekspartners. Waarbij de heren steeds vaker een mooi pak dragen komen de jurkjes in minder classy materialen ook in de meetingroom zichtbaar. De tas voorzien van een groot logo als grotesk accessoire. Deze zal tijdens de bespreking op de grond staan waardoor de goedkoop uitziende kleding als ‘boven de tafeleffect’ over blijft. De emancipatie ten spijt, toch ziet hij dat juist daarin de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen in een zakelijk gesprek verdwijnt.

Kledingstijlen, merken en logo’s zeggen – behalve over een kwaliteit en prijs van het product –  iets over de eigen smaak maar vooral over de groep mensen waarmee men zichzelf wil identificeren. In jongerenculturen is de groepsvorming erg duidelijk in hun eigen zoektocht naar persoonlijkheid en meningen. Met een petje of een riem is al een zichtbaar ‘logo’-begin gemaakt.  Het feit dat deze uiting nog steeds veel wordt gebruikt en dat diverse mensen er gevoelig voor zijn geeft aan dat herkenbare details, een logo of zichtbare merknaam nog belangrijk zijn.  Jaren geleden pakte een jeansmerk dit fenomeen al op door met de slogan “not the image, just the product” zich af te zetten hiertegen, echter de T-shirts met merknamen hiervan waren niet aan te slepen. Op zich is het mooi dat er voor kwaliteit wordt gekozen en dat het wordt uitgedragen. Bijzonder is wel dat er enerzijds wel steeds meer gepropageerd wordt om je unieke zijn te laten zien en je ook daadwerkelijk te durven onderscheiden.

Zo heb ik dat als kleermaker ook. Het vinden van die bijzondere schoenen in een leersoort of kleur die me aanspreekt. Passend bij het pak in die luxueuze wollen stof van die ene fabrikant omdat die het mooiste doek leveren. In de winkel loop ik er gelijk naar toe omdat ik zie dat het er mooi uit ziet of dat de soort leer me aanspreekt. Toevallig hangt er wel een merknaam aan, of liever gezegd, geprint onder de zool. De ervaring leert me dat deze schoenen fijn dragen, ik heb geen pijn aan de voeten. En ja, ik heb een erg mooie tas gezien – om aan mijn verlanglijstje toe te voegen, iets moois om voor te sparen. Het vlechtwerk en de detaillering vind ik erg mooi, daar hoeft toch verder geen naam aan te hangen?

Maar hoe zit dat dan met kwaliteit en merknaam. Betekent dat een vergelijkbare kwaliteit zonder duidelijke zichtbare merknaam dan niet goed genoeg is? Een mooie vraag die men tijdens de aankoop kan stellen is: “Als dit label of deze naam er niet duidelijk zichtbaar in is verwerkt, zou ik het dan ook kopen?”  Als men zelf veel kwaliteiten in zich heeft om deze namen te kopen, dan hoeft dat niet nodig te zijn. Daarnaast zegt een extreme hang naar merken en vooral zichtbare logo’s ook iets over de drager/ster.  Een vraag van mijn zakenrelatie: “Zou deze zich ook op andere vlakken zich te snel door grotere namen laten beïnvloeden of is de verkregen wijsheid in bezit al stevig verankerd?” Is die identificatie met een groep mensen nog steeds aan de orde of zijn we allemaal stuk voor stuk bijzonder genoeg? Hebben we dus andermans veren in de vorm van naam en toenaam nodig of is ons eigen verenkleed met mooie kwaliteitstoevoegingen voldoende?

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.