Genadeloos

Ik heb een pesthekel aan boxershorts. Zo, dat is eruit.

Je weet wel, van die mooie strakke, die zo fantastisch mooi gefotografeerd worden op van die mooie gestroomlijnde mannelijke lijven met hobbels precies op de juiste plek. Nee, de illusie dat ik een dergelijk lijf krijg als ik zo’n onderbroek aandoe heb ik allang opgegeven. Dat was op mijn 5e jaar al duidelijk. Dat komt omdat mijn genen ervoor hebben gezorgd dat mijn lijf nogal vasthoudend van aard is. Ik hoor niet bij het slag gelukseters, bij wie het eten razendsnel verteert en die rustig een koekje meer of minder kunnen eten zonder ook maar één gram aan te komen. Mijn hobbels zijn anders van karakter. Nee, die boxers zijn gewoon ondingen op die Hollandse fietsbenen van mij. Het stroopt zich op, rolt omhoog zodat er dubbele lagen stof bovenaan de benen zit en lelijke verdikkingen geeft in een nette broek. Behalve niet gestroomlijnd ook nog erg oncomfortabel. Al met al niet aan mij besteed.

Goed ondergoed voel je niet – behalve bij hoge temperaturen – maar doet wel wat voor je. De primaire functie is puur hygiënisch; daarnaast kan het ook een lijf een beetje meer vorm geven en de verhoudingen net wat mooier maken. In mijn werk merk ik dat tijdens een pasmoment dat een jurkje bij een klant net wat mooier toont als deze met de juiste beha wordt gepast. Ook bij het winkelen niet onbelangrijk om in acht te nemen. Er zijn onderzoeken bekend waaruit blijkt dat een groot gedeelte van de Nederlandse vrouw niet de juiste behamaat draagt; een extra meet- en pasmoment bij aanschaf zal helderheid geven.

Een tijd geleden was ik bij een bijeenkomst waar een prijs werd uitgereikt. Het was een lange zit met een paar toespraken en lezingen. Daarna mocht de genomineerde haar prijs in ontvangst nemen. Ze stond op en liep naar voren. Haar jurkje kleefde aan haar lijf waardoor de afdruk van het ondergoed erg duidelijk zichtbaar werd. Ongemakkelijk plukte en sjorde ze aan het jurkje om het ‘los’ te maken. Juist op een moment waarop je volop in de belangstelling staat is het niet handig. Plukken en trekken aan kleding is voor jezelf juist op dat soort momenten erg hinderlijk.

Onlangs had ik een vriendin aan de telefoon, ze had een tricot jurkje gekocht. “Wat een zaligheid, het zit heerlijk, het rekt een beetje mee”, een bloemlezing van fijne eigenschappen volgde. Maar ook de keerzijde; letterlijk en figuurlijk. “Maar die achterkant hè, dat is het ding. Dat moeten we ook in de gaten houden”. Een opsomming van snijdend elastiek en hobbels volgt, vol zelfspot wordt de vergelijking met een rollade gemaakt. “Behalve dat het lekker zit is het ook genadeloos!” Het besef dat stroomlijnen dan toch de enige optie is wordt snel duidelijk. “Koningin Maxima doet t ook! Dus dan moet ik me daar ook maar meer in gaan verdiepen, er is genoeg te koop.” Op haar vraag of ik ook dat soort ondergoed maak heb ik ontkennend geantwoord; dat is een heel ander metier. Het patroontekenen van ondergoed kwam jaren geleden in mijn opleiding wel aan bod. Een beetje kennis heb ik wel hoe zoiets in elkaar zit, maar als je het goed wilt doen is t echt een specialiteit. Een studiegenoot van mij ging daar duidelijk creatiever mee om en maakte ondergoed met extra vullingen op de heupen voor travestieten, zodat een jurk ook wat meer vorm had. Zo kan je t ook bekijken.

Een paar jaar geleden kreeg ik de vraag van een klant met betrekking tot een beha op maat. Ik heb toen Cassandra Boom – Saeijs van Lijfgoed gevraagd om daarvoor te zorgen. Een specialist in haar vakgebied, handig zodat op de nieuwe beha als basis een passende jurk kon worden gemaakt. Liever een expert erbij halen dan zelf er mee gaan stoeien met de vraag of het lukt. Zo hebben diverse mensen in mijn vakgebied een specialiteit. Degenen die er goed in zijn draag ik een warm hart toe.

Al eerder heb ik een artikel geschreven over Voering. Ook daar wil ik aan het eind van dit blog even bij stilstaan. De gladheid van voering is iets wat gebruikt wordt om te zorgen dat een mannenjasje makkelijker aanschiet en dat een jurkje niet aan de panty’s/kousen plakt. Daar zijn verschillende kwaliteiten in. De vroegere tricot voering is voor een groot gedeelte synthetisch van draad waardoor de luchtigheid van een tricot jurkje in natuurlijke materialen teniet wordt gedaan. Een goede optie is een dunne viscose met voldoende ruimte erin zetten zodat deze niet te strak zit en zorgt dat het jurkje goed valt. Nog fijner zal een zijden onderjurkje zijn. Los te dragen tussen ondergoed en jurkje in. Comfortabel, ademend bij warme dagen en glad genoeg om mee te helpen om dat silhouet te creëren. En stiekem ook nog eens heel erg luxe.

Er zijn mannen die er goed uitzien in een T-shirt en een makkelijke broek omdat ze van nature een indrukwekkend fysiek hebben. Sommige vrouwen hebben ook een bedelaarsgezicht of -lijf, waar alles omheen kan en leuk staat. Anderen moeten er meer moeite voor doen. Het zit in een geweven shirt wat iets te raden over laat, een jurkje wat erg aardig is voor het lijf, een jasje waardoor je een mooie schouderpartij krijgt en een broek die mooi aansluit op de juiste plekken. Onder en boven goed, uiteindelijk is dat de basis om de rest van charmes mee in te pakken. Hoe dan ook, genade kent vele vormen. Het is ook een kwestie van de achterkant een blik gunnen, iets waarvan ik denk dat men dat nog wel eens vergeet.

 

 

 

 

Laat wat van je horen

*